2011.05.14

Zittenblijven: de pijn rendeert niet

Dit artikel verscheen in Klasse voor leerkrachten nummer 214. Ik zocht voor jullie de achtergrond van dit artikel op en de referenties van dat nieuwe onderzoek. Heel nuttige extra informatie vind je alvast op deze website en in de volgende presentaties die ik vond op www.steunpuntloopbanen.be:

Op basis van mijn naspeuringswerk wil ik toch enkele nuancerende opmerkingen bij dit artikel maken. Waarom, omdat de auteur van dit artikel hier en daar wat te kort door de bocht is gegaan.

Eerst en vooral het besluit dat de auteur trekt uit het aangehaalde artikel van Mieke Goos, Jan Van Damme en collega's:

Leerlingen het eerste leerjaar twee keer laten volgen, heeft nauwelijks positieve effecten op hun verdere ontwikkeling.

Helaas voor de auteur, vind ik deze uitspraak in de presentatie die de onderzoekers gaven niet terug. Wat ik wel lees is:

In het algemeen blijkt dat zittenblijven in het eerste leerjaar mogelijk minder gunstige effecten heeft dan doorgaans wordt gedacht… Doorheen de lagere school groeien zittenblijvers uit het eerste leerjaar trager ivm leerjaargenoten met een gelijkaardige kans om te blijven zitten, waardoor ze op het einde van de lagere school minder goed presteren, minder zelfvertrouwen hebben etc. terwijl ze beter gepresteerd zouden hebben en op psychosociaal vlak gelijkaardig of zelfs beter gefunctioneerd zouden hebben, waren ze toch overgegaan naar het tweede leerjaar.

Daarenboven geven de onderzoekers aan dat verder onderzoek noodzakelijk is. In hun presentatie geven ze aan in welke richting dat onderzoek moet gebeuren. Ook hun slotconclusie is zeer genuanceerd:

Misschien moeten we zittenblijven in het eerste leerjaar als onderwijspraktijk in vraag durven stellen en op zoek gaan naar alternatieven.

Merk ook op dat het in dit onderzoek enkel gaat over overzitten van het eerste leerjaar. Het is nog maar de vraag of de resultaten van dit onderzoek naar de andere leerjaren kunnen worden geëxtrapoleerd.

Een tweede keer gaat de auteur van dit artikel kort door de bocht als hij een praktijkvoorbeeld geeft. Centraal staat volgens mij hier de uitspraak van Shakespeare:

What's in a name?
That which we call a rose.
By any other name would smell as sweet.

De vraag is immers of we het woord zittenblijven niet vervangen door eufemismen als kleuterschoolverlenging, omwegklas, opstapklas, schakelklas, ... terwijl de essentie hetzelfde blijft: het kind loopt een jaar schoolse vertraging op. Zo lees ik in het interview met juffrouw Imke Joos, de leraar van de omwegklas:

Op het einde van het jaar kijk ik samen met de zorg- en GOK-coördinator hoever mijn leerlingen staan. Afhankelijk daarvan en van hun leeftijd, doen ze het vijfde leerjaar over, gaan ze naar het zesde leerjaar of rechtstreeks naar de B-stroom. Meestal doen ze het na de omwegklas wel goed. Alle achterstand wegwerken is moeilijk, maar ze hebben hier in elk geval leren leren en hun verantwoordelijkheid leren nemen.

Let op: ik spreek me hier niet uit tegen het initiatief van deze school. Integendeel: hoed af om dit alles binnen het bestaande lesurenpakket te willen organiseren. Ik ben ervan overtuigd dat ze deze kinderen een zeer grote dienst bewijzen. Zowel op korte als op (middel)lange termijn. Maar om ze te presenteren als alternatief voor zittenblijven? Ergens suggereert de auteur van dit praktijkvoorbeeld dat leerkrachten uit een reguliere klas niet gedifferentueerd tegemoet komen aan de noden van de kinderen die in hun klas overzitten. Niets is minder waar.

Misschien was dit artikel beter de wereld ingestuurd nadat de resultaten van het nog te voeren onderzoek Zittenblijven in vraag gesteld. Een verkennende studie naar nieuwe praktijken voor Vlaanderen vanuit internationaal perspectief bekend waren gemaakt.

Nu lijken het op het einde van het schooljaar af en toe zeer bewogen oudercontacten te zullen worden...

17:39 Gepost door Lieven Coppens | Permalink | Tags: onderwijsloopbaan, schoolloopbaan, zittenblijven | |

2011.01.16

Weg die handel? Ja, maar...

Deze week verscheen het volgende bericht in nagenoeg alle Vlaamse kranten. Zelfs de gesproken pers nam het in een aantal gevallen meteen over:

toeters de morgen.png

Enerzijds ben ik heel blij. Ik ijver immers al jaren voor het afschaffen van de Toeters en de Kontrabas in het kleuteronderwijs. Voor mij (als psychopedagogisch consulent in een Centrum voor leerlingenbegeleiding) is het oordeel van de kleuterleidsters over de schoolrijpheid van de aan haar toevertrouwde kleuters meer dan voldoende. Anderzijds vind ik wel dat een en ander moet genuanceerd worden. Ik verklaar mij nader:

  • Men geeft geen antwoord op de vraag waarom kleuterleidsters zo blijven vasthouden aan de Toeters en de Kontrabas. Dit antwoord is nochtans niet ver te zoeken. Nog te vaak moeten kleuterleidsters hun terechte oordeel over de schoolrijpheid van een kleuter 'verdedigen' tegen ouders die dit oordeel niet aanvaarden en blijven vasthouden aan het feit dat hun kind 'het thuis wel allemaal kan' en dat de kleuterschool toch maar 'een speelschool is en dat hun kind dan maar het eerste leerjaar moet dubbelen omdat er daar tenslotte wel geleerd wordt'. De objectieve gegevens uit een test moeten dan het (in de ogen van de ouders) subjectieve oordeel van de kleuterleidster staven. Het is ook vaak zo dat de ouders enkel na de confrontatie met het resultaat van een test zich neerleggen bij het advies van de kleuterleidster.
  • 'De test is niet alleen verouderd, hij is ook wetenschappelijke nonsens'. Hier gaat men te sterk uit de bocht. Ik staaf dit aan de hand van de beoordeling van de Toetertest zoals je die kunt controleren in het Vlaamse CAP-vademecum. Dit is een vademecum waarin het Antwerpse coördinatieteam voor psychodiagnostiek onder leiding van Walter Magez diagnostische instrumenten en methodes voor de centra voor leerlingenbegeleiding beoordeelt. Voor Vlaanderen is dit een toonaangevend beoordelingsinstrument. Over de oude versie stond er in dit vademecum inderdaad dat men de Toeter niet kon gebruiken om uitspraken te doen over de schoolrijpheid van een kleuter. Over de door Lessius gehernormeerde Toeter lees je in dit vademecum dat men wel een betrouwbare uitspraak kan doen op basis van de totaalscore, maar niet op basis van de verschillende deelscores.
  • De uitspraak: 'De meerderheid van de kleuterscholen laat hun vijfjarigen dezer dagen de toetertest afleggen om te zien of de kinderen schoolrijp zijn' wekt verkeerdelijk de indruk dat men enkel de uitslag van een kind op de Toeter gebruikt om te bepalen of het schoolrijp is. Dat is niet zo. Aangezien de Toeter (en bij uitbreiding ook de Kontrabas) enkel het cognitieve domein bestrijkt, wordt hij steeds aangevuld met observaties in verband met de andere ontwikkelingsdomeinen zodat er een totaalbeeld van de kleuter ontstaat.

Nogmaals: ik ben ervan overtuigd dat een ervaren kleuterleidster geen test nodig heeft om juist in te schatten of een kind op alle essentiële domeinen voldoende rijp is om de overgang van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar met succes te maken. Door hen verder te vormen in het leren kijken naar kleuters en hen goede observatie-instrumenten ter beschikking te stellen, kan hun inschattingsvermogen alleen maar versterken. Maar zolang kleuterleidsters zich niet ernstig genomen voelen door ouders tenzij ze met toetsgegevens voor de dag komen, zullen ze hier graag op terugvallen. In een tijd waar veel ouders een groot stuk van de opvoeding van hun kinderen delegeren aan de school is het nog maar de vraag of de ouders in alle gevallen hun kind beter kennen dan de kleuterleidster.

Maar nogmaals: op zich vind ik het een goede zaak dat Toeter en Kontrabas zouden worden afgevoerd. Er zijn betere instrumenten op de markt om een objectieve uitspraak te kunnen doen over de cognitieve factor. Maar of de tijd er al rijp voor is om dergelijke toetsen volledig af te schaffen, is nog zeer de vraag.

Mij lijkt het dat het verschijnen van de OVSG-brochure ‘Samen over de drempel’ die kijkwijzers bevat die de kleuteronderwijzer helpen om het klasaanbod beter af te stemmen op wat de kleuters nodig hebben, niet vreemd is aan de aandacht die ineens aan de schoolrijpheidtesten van de derde kleuterklas wordt geschonken. Binnenkort kun je een bespreking van deze brochure lezen op mijn boekenblog http://boeketje-onderwijs.skynetblogs.be.

aangezien dit bericht ook relevant is voor ouders, kun je het ook terugvinden op http://ouders-en-school.skynetblogs.be onder de titel Over Toeter en Kontrabas.

2009.01.24

Kinderen met speciale onderwijsnoden en de overgang naar het secundair onderwijs

overgang primair naar voortgezet onderwijsVoor kinderen met speciale onderwijsnoden is de overgang naar het secundair onderwijs een nog grotere stap dan voor de andere kinderen.  De Nederlandse website www.overgangpovo.nl is in het leven geroepen om scholen, kinderen en hun ouders daarbij te helpen. Geschreven voor de Nederlandse situatie, bevat deze website toch heel wat materiaal die ze voor Vlaanderen ook interessant maakt.

De website is uitgewerkt als een soort draaiboek met nuttige bijlagen, die de leerling al van in groep 7 (het vijfde leerjaar) voorbereidt op de overgang naar het secundair of voortgezet onderwijs. Ze richt zich op verschillende doelgroepen, waaronder de leerlingen met leer- en ontwikkelingsstoornis en de leerlingen die na het vijfde leerjaar (groep 7) de overstap maken naar het beroepssecundair onderwijs omdat ze al één of meerdere jaren in het basisonderwijs hebben overgezeten.

Voor de Vlaamse situatie zijn vooral de rubrieken ADHD, Dyslexie, Hoogbegaafdheid en Autisme interessant. Hierin vindt je concrete teksten met heel specifieke tips en aanbevelingen om de overgang voor deze leerlingen zo vlot mogelijk te laten verlopen. De voorgestelde Kijkwijzer geeft voldoende materiaal en stof tot nadenken, ook voor het Vlaamse onderwijs.